Ruimtevraag energietransitie (bron: Netbeheer Nederland)

© Esri Nederland

3. Energietransitie als opgave

Tegelijkertijd heeft de energietransitie dermate grote impact dat het soms niet bij te benen is. Dit is momenteel vooral sterk merkbaar bij de netcongestie. De capaciteit van de elektriciteitsnetwerken moet aanmerkelijk vergroot worden om te voorzien in de toenemende vraag naar stroom. Daar komt bij dat de netwerken nog onvoldoende zijn ingericht op een systeem met grootschalige decentrale opwek. Kabels moeten worden verzwaard, er zijn nieuwe hoogspanningsstations nodig en in de wijken moeten transformatorhuisjes bijgebouwd worden. Ook de aanleg van zonnevelden en windmolenparken heeft direct gevolgen voor de omgeving. Bij elkaar doet de energietransitie een heel fors beslag op de ruimte.

Het begrip energietransitie verwijst naar de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen als olie, aardgas en kolen naar energiebronnen die hernieuwbaar en milieuvriendelijk zijn, zoals zonne-energie, windenergie, geothermie en waterkracht. Deze verandering, die in belangrijke mate draait om elektrificatie, is cruciaal voor de toekomst van onze planeet en omvat een aantal aspecten. Direct gekoppeld aan de verduurzaming van de opwekking van elektriciteit is de elektrificatie van transport en verwarming. Van auto’s met verbrandingsmotoren naar elektrische auto’s en van cv-ketels op gas naar warmtepompen. Maar ook nieuwe technologieën als kernfusie en geothermie zijn in beeld als mogelijke toekomstige energiebronnen.

Actueel en dringend is daarnaast de relatie tussen de energievoorziening en de geopolitieke dynamiek. Minder afhankelijk zijn van geïmporteerde fossiele brandstoffen, vermindert de geopolitieke kwetsbaarheid. Zonne- en windenergie is bovendien goedkoper dan fossiele energie.

Burgers en bedrijven worden zich steeds bewuster van de impact van fossiele brandstoffen en vragen om duurzamere alternatieven. Zo drijft de transitie innovatie en creëert nieuwe banen in sectoren zoals zonne- en windenergie, batterijtechnologie en waterstofproductie. Steeds meer wijken en gemeenten zetten in op collectieve energieoplossingen zoals energiecoöperaties en warmtenetten, met als een van de effecten dat de energievoorziening verschuift van centraal naar steeds meer decentraal en vaak ook kleinschaliger.

Al deze ontwikkelingen versterken elkaar en versnellen de overgang naar een duurzaam energiesysteem.

Drijfveren voor de structurele omschakeling naar duurzame energiebronnen zijn een combinatie van milieu-, economische, technologische en maatschappelijke factoren.

Voorop staan de klimaatverandering en milieuproblemen. Fossiele brandstoffen veroorzaken de uitstoot van CO2, wat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Steeds vaker doet dat zich gelden in de vorm van extreem weer en klimaatrampen als overstromingen en natuurbranden. Met verbranding van olie en gas komen ook andere schadelijke stoffen als fijnstof en stikstof vrij. Door de energietransitie vermindert deze uitstoot, wat het klimaat, de luchtkwaliteit en de volksgezondheid ten goede komt.